Wie zijn wij
   Onderweg
   Namaste
   Sponsoring
   Activiteitenagenda
   Contact
   Route
   Homilie


Namaste Huis

Francigena





Homilie 13 & 14 oktober 2007: PELGRIMSTOCHT NAAR ROME

Beste mensen,
Te voet van Zoersel naar Rome! Hoe kwamen we er toch bij?
Verschillende redenen:
      * Mijn tocht naar Compostela had mij in 2004 al kriebels gegeven.
      * Het verlangen om er samen op uit te trekken, het avontuur tegemoet.
      * Het verlangen om letterlijk stap voor stap op weg te gaan en te leven in alle eenvoud.
      * Het geloof dat het ons ten diepste goed zou doen om samen die pelgrimservaring op te doen.

We zijn van thuisuit vertrokken, stap voor stap lieten we alles achter. Eerst ons eigen huisje, daarna onze straat, het dorp, de provincie, Vlaanderen, België en toen we Zwitserland verlieten ook nog de taal, want Italiaans kunnen we niet.

Het ging traag, maar dat hadden we nodig om het rustig te kunnen loslaten en hoe langer hoe meer in het onbekende terecht te komen.

Het was onder andere loslaten op materieel vlak. Al onze teergeliefde luxe lieten we achter, veel al te evidente zekerheden moesten we loslaten. Elke avond opnieuw moesten we slaapplaats zoeken, als we veel geluk hadden kregen we er nog een douche bij en uitzonderlijk ook nog een warme maaltijd. In Italië werd zelfs water een probleem. Al die evidenties bleken opeens veel minder evident. We sliepen in een tentje dat amper groot genoeg was voor ons drieën, op een matteke van 1 cm dik. Luxe was ver weg.

Tijd moesten we ook loslaten. In het begin liepen we met een strak uurschema. Voor elke 2 uur stappen namen we 1 uur pauze, we gingen op tijd slapen, op tijd eten, op tijd opstaan, enzovoort. Allemaal afhankelijk van de horloge van Dorien. Totdat ‘het toeval’ wou dat net die horloge stilviel. We moesten verder zonder. Zo werden we verplicht om meer naar ons lichaam te luisteren en te leven met de natuur. Eten als we honger hadden, rusten als we vermoeid waren, slapen als we moe waren,.. en niet omdat het ‘tijd’ was.

Onze sociale omgeving lieten we ook los. Familie en vrienden bleven natuurlijk in België. Maar ook onderweg was het steeds ontmoeten en daarna opnieuw verlaten. Steeds weer, dag op dag, moesten we mensen aanspreken, slaapplaats vragen, enzovoort, maar tegen dat we hen beter leerden kennen moesten we hen terug achterlaten en opnieuw beginnen.

En dan loslaten van de sociale verwachtingen. Een douche nemen elke avond was helemaal niet mogelijk, onze kleren wassen als ze stonken was ook niet altijd een optie. We liepen al stinkend rond in vuile kleren. En als we dan ontbeten tegen de muur van een supermarkt werden we vaak bekeken als clochards, kregen we afwijzende blikken, trokken ouders hun kinderen van ons weg of werden we geld toegegooid. Bovendien waren we altijd vragende partij, elke avond opnieuw vragen of we slaapplaats konden krijgen, vragen voor water, zonder dat we iets daar tegenover konden stellen.

Ten slotte lieten we ook onze maatschappelijke snelheid achter. Alles ging aan 5 per uur. In het begin was dat een marteling, maar hoe langer hoe meer bleek dat het een zegen was. Dat net die 5 per uur het tempo en de snelheid is van ons als mens. Zo kregen we de tijd om alles te zien, te voelen, te ruiken en ook te verwerken. Aan 5 per uur kon onze geest ons lichaam volgen.

Die processen van loslaten verliepen voor ons soms vrij vanzelf, soms met veel innerlijke strijd. Op een van die momenten van strijd gooide ik mijn rugzak op de grond, mijn schouders deden pijn en er zat alweer een steentje in mijn schoen. Ik zat gehurkt om m’n schoen uit en aan te doen en had geen zin om recht te staan, toen het volgende bijbelvers zich in mijn hoofd herhaalde: “Sta nu op, neem je bed op en wandel!” Die zin heeft ons nog de hele reis mee gedragen.

Op de duur werd de onzekerheid van een bed ’s avonds al dan niet, het leven aan 5 per uur, het leven zonder veel aanzien, zonder luxe en met soms een pijnlijk lichaam voor ons een bijzonder intense en bijna evidente manier van leven.

Voor dat loslaten kregen we zòveel in de plaats! Die enorme verbondenheid: met onszelf, fysiek en mentaal; met mekaar als koppel; met het ritme van de natuur; met de mensen onderweg; met God.

Ik overloop ze even:

Een verbondenheid met onszelf, fysiek en mentaal. Een mooi voorbeeld daarvan is het leren kennen van honger. Niet eten omdat het 12 of 6 uur is, maar eten omdat ons lichaam dat vraagt. Iets niet lusten is dan zeldzaam. Tevoren moest je mij geen tomaten of mozarella of teveel pasta voorschotelen. Ik vond dat maar vies. Maar tijdens de reis heb ik bijna niets anders gegeten, en LEKKER dat dat was!!
Dan een mentale verbondenheid met onszelf. Bij al dat loslaten en leven aan 5 per uur, installeerde zich in ons een immense rust, een vrede, een vreugde, moeilijk te beschrijven, maar heerlijk!

Vanuit die individuele verbondenheid groeide de verbondenheid tussen Raf en mij. Ons koppel-zijn werd heel intens. Mekaar ondersteunen bij afwijzingen ’s avonds, mekaar motiveren bij weer een ellenlange grote baan en een eeuwigheid de tijd om met mekaar te praten. Vooral dat laatste bracht ons veel dichter bij mekaar. Praten in alle omstandigheden werd op de duur een evidentie. Trouwens, weglopen was voor ons geen optie!

Ook die verbondenheid met de natuur en haar ritme. Ongelofelijk hoeveel deugd dat doet! Alles, elke seconde wordt beleefd, doorvoeld, gezien, geroken. Onze zintuigen werden ook veel scherper. Parfum was moeilijk te verdragen: veel te straf! Zelfs een auto die voorbijzoefde met daarin een persoon die veel parfum op had, wekte in ons de reactie van: “Amai, dat stinkt!” Terwijl we zelf een geur bijhadden, die de mensen met parfum waarschijnlijk moeilijk konden verdragen!
Van natuur hebben we schitterende dingen gezien: van platteland en heuvels tot enorme bergen. En we maakten er intens deel van uit. We voelden ons één met de natuur en diep verbonden met God. Een heel bijzonder gevoel. Alsof het drie maanden van intens gebed zijn geweest… Terwijl we in een kerk niet vaak geweest zijn omwille van Tenchi, onze hond.

Door die verbondenheid, door het hier-en-nu-leven, werden ook de ontmoetingen bijzonder. Er was duidelijk Iemand die ons leidde. Geen enkele ontmoeting leek ons toevallig. Alles paste, telkens opnieuw.
Zo bv. de ontmoeting met René en Grazyna in Zwitserland, een diaken met z’n vrouw. Ze gaven ons niet alleen een zaaltje, een douche en eten ter beschikking, maar belden ook al hun kennissen in heel Zwitserland op om voor ons een bed te vinden voor de komende dagen. In heel Zwitserland hebben we maar 2 keer zelf slaapplek moeten zoeken.
Èn het was dan bovendien uitgerekend die vrouw die wij “toevallig” tegenkwamen boven op de grote Saint-Bernard, de grens tussen Zwitserland en Italië. We vlogen letterlijk in mekaars armen. Ongelofelijk!
En zo waren er tal van bijzondere ontmoetingen!

Tot slot nog de verbondenheid met jullie, lieve mensen. De zegen die we hier kregen vlak voor ons vertrek in juni, heeft ons enorm ontroerd.

Pelgrim zijn ìs een zegen! We kregen innerlijk meer dan ruimte genoeg om jullie, St.Paulus, om onze vrienden en familie, om Namaste en alle mensen die we hadden ontmoet, mee in onze rugzak te steken en werkelijk mee te dragen tot in Rome, in diepe verbondenheid.

Aan het einde van de tocht was dat misschien wel ons belangrijkste gebaar: onze rugzak leegmaken, jullie, al die andere mensen, en onszelf in de handen van de Heer leggen en dan symbolisch een kaars branden…

Wij danken jullie voor jullie nabijheid onderweg, voor jullie gebed, voor jullie gedachten aan ons, voor jullie zegen… Dankjewel!

Als jullie foto’s willen zien en meer anekdotes willen horen:
Kom dan op maandag, 22oktober om 20.30u naar ’t Zaaltje. Van harte welkom!
Copyright 2007 - Romegangersvoornamaste.be